laatste update 10 november 2018
 


Het Accoyo verhaal



 
 

Op grote hoogte in het Peruaanse Andesgebergte ligt het dorp Macusani. Het dorp, dat is omgeven door groene heuvels en bergen, staat bekend om de productie van de zogenaamde Godenwol en de Hemelse Alpacavacht. De alpaca is met zijn veelkleurige, weelderige vacht en zijn zachtaardige karakter een van de weinige levende wezens die in dit ruwe landschap kan bestaan.

Hier, op 4560 meter boven zeeniveau, fokte, de in 2006 overleden  Don Julio Barreda op zijn fokkerij “Accoyo” (Indiaans woord voor zanderige grond) al meer dan 50 jaar lang zijn alpaca’s. Op jeugdige leeftijd leerde hij van zijn moeder de kunst van het fokken en scheren van kameelachtigen. Tot aan zijn dood was hij, met ongeveer 2.500 alpaca's, een van de grootste alpacafokkers van Peru. Daarvan had hij ongeveer 75% huacaya’s en 25% suri’s, die afstammen van het “Plantel”-ras, ook wel “Royal Family” genaamd, dat zijn oorsprong vindt in 1946.


Don Julio Barreda
Don Julio Barreda † 1919-2006 (bron foto: www.alpacas.com)

Op Accoyo wordt elke alpaca in de eerste plaats gefokt om zijn grootte. Vervolgens worden de alpaca's geselecteerd op de dichtheid van hun vacht. Don Julio was erg trots op de mannetjes van zijn fokkerij. Vijftig jaar lang streefde hij naar genetische perfectie. Elk mannetje van de fokkerij wordt, wanneer hij een jaar is, voor het eerst getest. De jaarling wordt geschoren en als hij minder dan zes pond wol produceert, wordt hij niet meer voor de fokkerij gebruikt. De volgende test vindt plaats als het mannetje twee jaar is, om met hem verder te fokken moet het mannetje tien pond wol produceren. Sommige mannetjes van het Plantel-ras produceren meer dan 14 pond wol.

Het gewicht van de afgeschoren wol is echter niet de enige kwaliteitsfactor. Elk mannetje moet een verfijnde elegantie uitstralen, met andere woorden: een typisch Accoyo-hoofd, een groot lichaam en een mooie, gelijkmatige vacht. “Zeventig procent van alle Accoyo-wol is zo zacht als de vacht van een jong,” aldus Peter Kothe, hoofdinkoper van Mitchell Bros., een van ’s werelds grootste afnemers van alpacawol. Hij wijst er bovendien op dat ook de wol van de benen, de buik en de nek wordt afgeschoren van de gehele kudde, zowel jong als oud en niet alleen van de Royal Family. Dit getuigt van de kwaliteit van de Accoyo-werkwijze.

De mannelijke verwantschapslijn ligt ten grondslag aan de fokfilosofie van Accoyo. Don Julio heeft volgens eigen zeggen, van al zijn mannetjes de stamboom bijgehouden. “Elke stamboom geeft zowel het gewicht als de micronwaarde aan van de wol die tijdens de eerste twee scheerbeurten van de alpaca werd geproduceerd. De fokmannetjes worden geselecteerd uit de Royal Family die alleen nog worden gehandhaafd voor het fokken van stamvaders. Na ruim veertig jaar fokken, kan ik bescheiden resultaten zien.” heeft Don Julio eens gezegd. 


Wolstrengen van nakomelingen van Accoyo Amando (uit eigen stal)

“De Accoyo-kudde is in alle opzichten gelijkmatig. Het is gelukt duidelijke alpacafenotypen te fokken waar geen atypische dieren tussen zitten. Er zijn geen huarizo’s, suri huayaca’s of huayaca suri’s in mijn kudde.” Het succes van zijn werkwijze zie je terug in het resultaat. Sinds 1946 is de jaarlijkse wolproductie per dier verdubbeld en het gemiddelde lichaamsgewicht van de dieren is met 25% gestegen.
Het is echter niet alleen aan zijn foktechnieken te danken dat Don Julio de beste van zijn vakgenoten was. Vanaf het begin stond hij bekend als een vernieuwer. Hij was de eerste fokker die met een omheining werkte. Velen in Peru verklaarden hem voor gek omdat hij in een nagenoeg onbegrensd terrein kunstmatige begrenzingen aanbracht. Het duurde echter niet lang voordat de voordelen van deze radicale benadering zichtbaar werden. Omheinde terreinen maakten een rouleersysteem mogelijk voor de dieren waardoor meer dieren gehouden konden worden. Bovendien werden de alpaca’s beter gevoed, werden ze vruchtbaarder en stierven er minder jongen (cria’s). Een betere voeding was overigens niet het enige voordeel. De vernieuwing maakte namelijk ook het afzonderlijk fokken van suri’s en huacaya’s mogelijk.



Bron foto: www.alpacas.com

De laatste jaren hebben de alpacafokkers in Peru het erg moeilijk. Maatschappelijke landhervormingen hebben een negatief effect gehad en terroristen van “Sendero Luminoso” (het Lichtende Pad) hebben de boerderijen van de Alta Plano vernield. Don Julio was echter niet bij de pakken neer gaan zitten maar heeft zijn superieure stamboom in voor- en tegenspoed behouden. Na vele jaren van strenge genetische selectie, heeft Don Julio de alpaca opnieuw gedefinieerd. Op Accoyo hebben ze nu twee huacayakuddes. De ene produceert een fijne, maar niet zo'n dichte wol van 20 micron of minder. De andere produceert een zeer dichte wol tot wel 24 micron. Afstammelingen van het “Plantel”-ras worden dan ook in heel de Peruaanse landstreek Puno verkocht aan commerciële fokkers. Tot 1994 was het exporteren van alpaca's verboden. Inmiddels is de Peruaanse wet echter versoepeld waardoor nu iedereen over dit prachtige ras kan beschikken.